door

Blog Afstand/nabijheid: over de man met de coltrui en de gunsten van nabestaanden.

door Martin Beek

Sonja en ik zijn zo’n negen jaar geleden bij wijze van carrière-switch gaan werken in de overledenenzorg. Na mijn opleiding tot thanatopracteur ben ik direct gaan werken voor een grote uitvaartonderneming en daar ben ik ingewerkt en gekneed door oude rotten in het vak, volgens de regels en normen van die organisatie. Ik heb er van opgestoken en van meegenomen wat ikzelf relevant vond; ik was echt niet van alles gecharmeerd. Voor Sonja, die ik daar immers heb leren kennen, geldt min of meer hetzelfde.

Een van de dingen die wij hebben geleerd en misschien wel onbewust hebben meegenomen in ons eigen werk is: neem niets aan van nabestaanden. Daarmee worden uiteraard materiële zaken bedoeld, maar ook bepaalde gunsten. Een voorbeeld van het laatste is het veelgehoorde “eten jullie ook mee, er is genoeg hoor!”. Wij bedanken altijd voor de eer. Maar ook: “je mag ‘m wel hebben hoor, onze Jan kan er toch niets meer mee”, over een iPhone die op het nachtkastje ligt. We hebben al veel aangeboden gekregen. Van telefoons tot boeken, DVD’s, horloges, CD’s, fotocamera’s, concertkaartjes, Chinese rijsttafels, kleding en meer. We hebben altijd netjes en beleefd bedankt.

We maken onze entree in het leven van nabestaanden op hun meest kwetsbare moment. In veel gevallen zijn wij zelfs de eerste buitenstaanders – en soms zelfs de eersten – met wie ze de emoties rond hun verlies kunnen delen. Nabestaanden zijn zelden zichzelf en verkeren in iedere mogelijke emotionele gesteldheid; van innig verdriet tot ontkenning, nuchterheid, woede en soms zelfs uitgelaten blijdschap; maar meestal zonder uitzondering irrationeel. Meestal zien we bij nacontroles dezelfde mensen na een aantal dagen weer en dan zijn het meestal compleet andere mensen. Ook de reacties op ons en ons werk verschillen enorm, als je na een aantal dagen terug komt – maar ook al van uur tot uur. Verlies en alle mogelijke emoties die daar bij komen kijken is complexe materie. Daarom is begrip voor en volledige adaptatie van de situatie voor ons de enige (en beste) werkhouding met daarbij het allerbelangrijkste instrument: de balans in acht nemen tussen afstand en nabijheid. Respect en begrip voor het verdriet, maar zelf niet meehuilen. Respect en begrip voor een uitgelaten situatie, maar zelf niet meegaan in de jolige sfeer.

We luisteren graag. Daar nemen we de tijd voor. We zijn geen robots en als de situatie het toelaat, of het nu eenmaal zo loopt, is er natuurlijk ook van ons een arm om de schouder of een troostend woord. Graag drinken mensen een kopje koffie met ons, het zou onbeschaafd en ongewenst zijn om dat af te slaan – ook al hebben wij vroeger anders geleerd. De balans tussen afstand en nabijheid is in dit geval dat kopje koffie samen drinken. Een koekje erbij. Maar dan moeten we echt aan het werk. Soms is men teleurgesteld dat we niet een derde kopje koffie willen, of mee-eten van de bestelde Chinese rijsttafel. Dan leggen we uit, dat we verder moeten, dat er andere mensen op ons wachten en dat we ook thuis nog een paar hongerige pubers hebben zitten.

Afstand / nabijheid.

Daarom nemen wij geen spullen of gunsten van nabestaanden aan. Ik wil zeker niet stellen dat nabestaanden in de eerste momenten van hun verlies ontoerekeningsvatbaar zijn, maar – omgekeerd – wil ik zeker op geen enkele manier misbruik maken van de fragiele “state of mind” waar mensen zich in bevinden. De balans tussen afstand en nabijheid is dan verstoord, zou ik dat wél doen.

Waar ligt de grens?

Die grens is soms moeilijk te bepalen. Zoals gezegd, wij zijn ook geen robots. Een glaasje cola nemen we graag aan in de zomer. Een gevulde koek gaat er altijd in om drie uur ‘s-nachts als je al de hele avond aan het werk bent. Dus waar ligt die grens? Sowieso bij het aannemen van kostbare spullen. Maar ook bij intrusie in de persoonlijke sfeer. Afstand / nabijheid… Dus schuiven we ook niet aan, aan de eet-tafel. Ook al hebben we nog zo’n honger. De balans tussen afstand en nabijheid is niet alleen ter “bescherming” van de nabestaanden, maar zeker ook van ons. We zijn immers geen robots weet u nog…

Uitzonderingen bevestigen de regel.

Ikzelf heb de regel vorig jaar overtreden, door wel iets aan te nemen van een nabestaande. Onder onze opdrachtgevers sta ik bekend als “de man met de coltrui”. Dat komt door mijn werkkleding: zwarte ribbroek met zwarte turtleneck. Zomer en winter.

Op een dag stonden wij aan het bed van een overledene die daar identiek gekleed lag als ik. De echtgenote, een oudere dame, vond de gelijkeis direct hilarisch. We droegen beiden dezelfde broek, dezelfde turtleneck, dezelfde schoenen en we leken ook nog op elkaar, mede door hetzelfde kapsel. Daar lag een bejaarde uitvoering van Martin. “Wij noemen hem altijd Maarten van Rossum, omdat die ook altijd zo’n trui draagt en ook altijd zit te mopperen”. Die opmerking kreeg bijval van Sonja, want ook ik word thuis Maarten van Rossum genoemd om exact dezelfde redenen.

Toen we klaar waren met de behandeling en we de meneer gekleed hadden in schone – maar identieke – kledij, bleek de echtgenote nóg een zelfde turtleneck, nieuw in de verpakking, mee te hebben gebracht; alleen was die voor mij! Ik had geen keuze, volgens haar had dit zo moeten zijn, ze was er geëmotioneerd bij.

Ik heb ‘m wél aangenomen; ergens in de schaduwzone tussen afstand en nabijheid.

Martin Beek

 

Dank je wel Mia, dat je ons geleerd hebt wat Afstand/Nabijheid inhoudt.